Is adviseur aansprakelijk bij onderverzekering?

7 april 2022 om 17:00

In verband met onderverzekering wordt, nadat een woning volledig is afgebrand, niet alle inboedelschade van de klant uitgekeerd. De klant vindt dat de tussenpersoon aansprakelijk is voor zijn schade, omdat die hem niet heeft gewaarschuwd voor het risico van onderverzekering. De commissie moet oordelen of de tussenpersoon zijn zorgplicht heeft geschonden en aansprakelijk is.

De feiten

Na een bezoek aan het woonhuis van de klant in januari 2013 heeft de tussenpersoon de herbouwwaarde van het woonhuis vastgesteld en een verzekering afgesloten.

Met tussenposen van steeds 3 jaar heeft de gevolmachtigde van de verzekeraar een brief aan de klant gestuurd. Hierin wordt aangeraden een inboedelwaardemeter in te vullen om onderverzekering te voorkomen. In de brief is vermeld dat in geval van onderverzekering de verzekeringsmaatschappij bij schade minder uitkeert dan de daadwerkelijke waarde van de bezittingen. Wanneer de nieuwe inboedelwaardemeter zorgvuldig is ingevuld, is het zeker dat de inboedel voor het juiste bedrag is verzekerd. Omdat er geen reactie kwam, is steeds een maand na de brief een herinnering naar de klant gestuurd. Op 1 april 2020 heeft de adviseur, na telefonisch overleg, per e-mail een inboedelwaardemeter naar klant gestuurd.

Op 24 april 2020 brandt de woning volledig uit. De verzekeraar heeft voor de inboedelschade € 15.803,49 aan de klant uitgekeerd op basis van een verzekerd bedrag van € 17.437,50 (€ 13.950,- plus 25% aanvullende dekking) en een dagwaarde ten tijde van de schade van € 60.000,-. Medio juni 2021 heeft de klant zich er bij de tussenpersoon over beklaagd dat de tussenpersoon hem bij het aangaan van de inboedelverzekering niet heeft gewaarschuwd voor onderverzekering en dit ook tijdens de looptijd niet heeft gedaan.

De klant vindt dat de tussenpersoon zijn zorgplicht heeft geschonden en vordert uitkering op basis van een verzekerd bedrag van € 60.000,-. Dat zou bij benadering een bedrag betekenen van € 50.000,- en de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 juli 2021. Hij is van mening dat hij vanaf begin al onderverzekerd was. De adviseur had beter de risico’s moeten uitleggen. De klant heeft de brieven ontvangen, maar daarin staat dat inboedelwaardemeter moet worden ingevuld als er iets is veranderd in de inboedel. Dat was volgens de klant niet het geval, daarom heeft hij niet gereageerd.

De beoordeling

Op de tussenpersoon rust als opdrachtnemer een zorgplicht in die zin dat de tussenpersoon tegenover zijn opdrachtgever de zorg moet betrachten die van een redelijk bekwaam en een redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht. De commissie moet beoordelen of de tussenpersoon tekortgeschoten is in zijn zorgplicht en, zo ja, of hij daarom de door de klant geleden schade moet vergoeden. De commissie geeft aan dat van van de tussenpersoon mag worden verwacht  de klant goed over onderverzekering te informeren, zodat hij een juiste voorstelling van zaken had en zich een geïnformeerde keuze kon maken.

De tussenpersoon heeft geen gespreksnotities meer uit de tijd van de verzekeringsaanvraag en stelt dat hij die gezien de geldende wettelijke bewaartermijnen ook niet meer hoeft te hebben. De commissie is het daar niet mee eens. De inboedelverzekering (en daarmee ook de opdracht tot dienstverlening) tussen de klant en de tussenpersoon loopt nog.  Van de tussenpersoon mag worden verwacht dat hij stukken bewaart die op deze opdracht betrekking hebben. Dat hij dat niet heeft gedaan komt voor zijn rekening en risico.

De commissie neemt dan ook aan dat de tussenpersoon de klant geen passende verzekering heeft geadviseerd en bij het afsluiten van de inboedelverzekering heeft nagelaten de klant voldoende te waarschuwen voor de gevolgen van onderverzekering. Dit levert een schending van zijn zorgplicht ten opzichte van de klant op.

Deze zorgplichtschending maakt echter nog niet dat de tussenpersoon aansprakelijk is voor de schade van de klant. Daarvoor is vereist dat de zorgplichtschending ook de gestelde schade heeft veroorzaakt. En dat is hier niet het geval. Het staat namelijk vast dat er in de jaren na het afsluiten van de inboedelverzekering vier brieven aan de klant zijn gestuurd, waarin hij wordt verzocht de inboedelwaardemeter in te vullen en terug te sturen om ervoor te zorgen dat de inboedel voor een juist bedrag verzekerd blijft.

De commissie is van oordeel dat de in 2013 en 2017 verzonden brieven en de e-mail, die kort voor de brand na telefonisch overleg naar de klant is gestuurd, voor de klant aanleiding hadden moeten zijn om de inboedelwaardemeter in te vullen en toe te sturen. Als de klant dit had gedaan, zou hij immers een garantie tegen onderverzekering hebben gehad en zou de schade aan zijn inboedel zijn vergoed.

Dit leidt tot de slotsom dat de klacht van de klant ongegrond is en dat de vordering zal worden afgewezen.

Wat kunt u doen?

Ondanks dat de tussenpersoon geen schade hoefde te vergoeden, bevat deze uitspraak van het KiFiD een paar belangrijke leerpunten, te weten:

1.       Een advies moet zorgvuldig zijn;
Van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht dat hij beschikt over de nodige deskundigheid en vakkennis. Hij moet de financiële belangen van zijn klanten naar beste weten en kunnen behartigen en zijn klanten op zorgvuldige wijze adviseren.
2.       Je moet klanten informeren over mogelijke gevolgen van zijn keuzes;
Maakt een klant keuzes die afwijken van het advies of reageert hij niet op verzoeken om informatie (zoals in dit geval over het invullen van de inboedelwaardemeter), dan mag van een tussenpersoon worden verwacht dat hij zijn klant informeert over de mogelijke (financiële) gevolgen van zijn keuze.
3.       Je moet jouw dossiers bewaren, zolang de dienstverlening;
De zorgplicht van de tussenpersoon geldt niet alleen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst maar tijdens de looptijd van het product. Gooi daarom nooit relevante stukken weg, maar bewaar het dossier tot maximaal 5 jaar (of 7 jaar bij financiële producten met een fiscale component) nadat het product niet meer (via uw agentschap) loopt.

Tenslotte kan uit deze casus nog worden geleerd dat het belangrijk is dat u duidelijke afspraken met uw klant maakt over reikwijdte van uw dienstverening. Maakt u geen specifieke afspraken, dan wordt van u verwacht dat u gedurende de gehele looptijd van het financiële product zorgt dat dit product blijft passen bij de omstandigheden van uw klant (up-to-date houden). Dit vergt een actieve houding van u als tussenpersoon. Wilt u dit niet? Maak dan duidelijke (schriftelijke) afspraken met de klant bij aanvang van uw dienstverlening over de reikwijdte van uw dienstverlening ten aanzien van advies, bemiddeling en beheer.

Wat kan SVC voor u doen?

Ook bij schadeverzekeringen bent u volgens de IDD verplicht om uw advies aantoonbaar af te stemmen op de wensen van de klant. Wijs daarbij de klant op mogelijke risico’s bij bepaalde keuzes. Als een klant afwijkt van uw advies, wijs hem op de risico’s en mogelijke (financiële) consequenties. In het SVC Kennisportal hebben wij ook voor schadeverzekeringen motivatievragen die u kunnen helpen bij het opstellen van een goed en duidelijk advies. Daarnaast zijn er ook voorbeelden beschikbaar van beleid met betrekking tot nazorg en bewaarplicht van documenten. Wilt u meer informatie over- of een demonstratie van ons Kennisportal? Neemt u dan contact met ons op.




Op de hoogte blijven het laatste nieuws?
Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief!