Opvallende resultaten uit onderzoek hypotheekadviezen

21 juli 2020 om 18:00

Tussen november 2019 en april 2020 heeft Ipsos in opdracht van de AFM een online-onderzoek uitgevoerd onder hypotheeksluiters die in genoemde periode een nieuwe hypotheek hebben afgesloten. Inmiddels zijn alle uitkomsten vrijgegeven. Wij zetten de meest opvallende resultaten op een rij. 
 
Uit het onderzoek blijkt dat het aandeel hypotheeksluiters dat een consumptief krediet bijsluit voor de koop van de woning is gestegen van 9% in 2019 naar 14% in 2020. Het aandeel doorstromers en oversluiters dat het aflossingsvrije deel van de hypotheek verhoogt ten opzichte van de oude hypotheek is gestegen van 18% in 2019 naar 28% in 2020. Bijna de helft van de hypotheeksluiters heeft bij het afsluiten van de hypotheek een bedrag gereserveerd voor verduurzaming. Hiervoor werd de totale hypotheek verhoogd (23%) of werden eigen middelen gebruikt (24%). 
 
De helft van de hypotheeksluiters onder de 34 jaar heeft van de adviseur geen vraag gekregen over een openstaande studieschuld. Een op de zeven (12%) van de starters waar de vraag niet aan gesteld is, blijkt echter wel een studieschuld te hebben. Het risico van overlijden wordt het vaakst besproken bij het sluiten van een hypotheek (80%). Voor dit risico wordt ook het vaakst een verzekering afgesloten (45%). Het zijn voornamelijk starters die een overlijdensrisicoverzekering afsluiten (59%).  
 
Arbeidsongeschiktheid en werkeloosheid worden ongeveer even vaak besproken (respectievelijk 69% en 67%). Hier worden echter relatief weinig verzekeringen voor afgesloten (arbeidsongeschiktheid: 17% en werkeloosheid 12%). Ouderen (55 jaar en ouder) geven voor alle drie de risico’s opvallend vaker dan andere leeftijdscategorieën aan dat dit risico niet besproken of overwogen is tijdens de hypotheekaanvraag. Bij iets meer dan een derde (32%) is het onderwerp einde relatie / echtscheiding besproken.  
 
Verder blijkt uit het onderzoek dat de animo voor een service-abonnement relatief laag is. 28% van de hypotheeksluiters, die bij het afsluiten van hun hypotheek gebruik hebben gemaakt van een adviseur, heeft een serviceabonnement aangeboden gekregen. 8% heeft hier ook daadwerkelijk gebruik van gemaakt. 

Wat kunt u doen? 

Als financieel adviseur hebt u de zelfstandige verantwoordelijkheid om te toetsen of de woonlasten van de klant, in alle mogelijke scenario’s, passend zijn bij de financiële positie van de klant. De CHF-norm is een norm voor de geldverstrekker en niet voor de financieel adviseur. U beschikt immers over veel meer informatie van de klant om de betaalbaarheid op te beoordelen. 

Pas als blijkt dat een klant bepaalde (financiële) risico’s kan dragen, komt de vraag of de klant het risico wil dragen. Dit betekent dat u -tenzij u met de klant een beperkte opdracht bent overeengekomen- de betaalbaarheid van de woonlasten moet beoordelen in het geval van overlijden, pensionering (indien van toepassing tijdens de looptijd), arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en echtscheiding. Voor dit laatste risico is geen alternatief mogelijk, maar het is wel goed dat klanten van dit risico op de hoogte zijn. Als blijkt dat de betaalbaarheid in één van deze situaties in het gevaar komt, is het aan u om de klant op dit risico te wijzen en hiervoor een passende (product)oplossing te adviseren. Het niet aangaan van een (te hoge) hypotheek kan overigens ook een advies zijn. 
 
Het is daarbij belangrijk dat u in de inventarisatiefase alle inkomsten, maar ook alle kosten meeneemt. Een studieschuld hoort daar zeker bij. In de, door de minister van Financiën voorgesteld, leennormen voor 2021 komt -door de lage rente op de studiefinanciering- meer ruimte om te lenen naast de studiefinanciering. Ook zal het tweede inkomen voor een hoger percentage meewegen in de Loan to income beoordeling (van 80% naar 90%). Al met al biedt dit meer ruimte aan uw klanten om te lenen, maar blijft uw beoordeling en advies ongelofelijk belangrijk. 
 
Tenslotte adviseren wij u om ook uw doorlopende dienstverlening als standaard onderdeel in uw advies op te nemen. Maak dit bespreekbaar tijdens het adviesgesprek. Wil de klant deze dienstverlening niet van u afnemen, wijs uw klant dan op de mogelijke (financiële) risico’s van een niet passend hypothecair krediet als zijn persoonlijke omstandigheden wijzigen. Informeer de klant ook over de dienstverlening die de klant dan nog wel van u mag verwachten, zodat dit in alle gevallen duidelijk is. Veel geschillen bij het KiFiD hebben betrekking op de dienstverlening van de adviseur / bemiddelaar tijdens de looptijd van een financieel product. Dit wordt veroorzaakt door de verwachtingen vooraf onvoldoende duidelijk zijn geweest.  

Wat kan SVC voor u doen? 

Uit dit onderzoek en ook uit onze audits blijkt dat een goed en volledig advies aan de klant geven minder vanzelfsprekend is dan het lijkt. Belangrijk is dat u de opdracht die u van de klant krijgt goed omschrijft. Wat doet uw wel en wat doet u niet voor de klant? Wil de klant alleen een (deel)advies over de geldlening? Of wil hij een integraal hypotheekadvies waarbij alle risico’s in kaart worden gebracht. En waar u een passende oplossing voor biedt. Ook voor een risico wat niet of moeilijk te verzekeren is, kunt u berekenen hoeveel de klant zelf als buffer achter de hand zou moeten houden voor het geval het risico zich voordoet. Bent u benieuwd of uw adviezen volledig zijn? Wij kunnen een dossiercheck voor u uitvoeren. Wilt u meer informatie over de mogelijkheden? Neemt u dan contact met ons op. 
 
 
Lees hier het volledige onderzoeksrapport




Op de hoogte blijven het laatste nieuws?
Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief!