Zorgplicht bij overname

16 juli 2021 om 13:45

De klant vindt dat de tussenpersoon zijn zorgplicht heeft geschonden door hem niet te adviseren het dekkingsmaximum van zijn verzekering te verhogen, omdat bekend was dat het oude dekkingsmaximum niet meer toereikend was. Hierdoor heeft de klant meer dan € 400.000,- schade geleden. Had de tussenpersoon moeten weten dat het dekkingsmaximum voor aansprakelijkheidsverzekeringen in de verzekeringsbranche verhoogd werd, omdat het oude maximum niet meer voldeed?  

De feiten 

De klant heeft in 1987 voor zichzelf en zijn gezinsleden een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) gesloten bij Stad Rotterdam Verzekeringen die inmiddels is overgegaan in ASR Schadeverzekering (ASR). De verzekerde som is met de invoering van de euro aangepast naar € 500.000,-.  Op 10 augustus 2013 is de klant middels een brief van ASR geïnformeerd dat het verzekerd bedrag van de verzekering was verhoogd naar € 1.250.000,-. Reden hiervoor is dat hogere bedragen worden geclaimd dan vroeger en dat rechters vaker hogere claims toewijzen.  

In 2008 heeft de tussenpersoon de polis van de klant overgenomen van de voorgaande tussenpersoon die failliet was verklaard. Dit heeft de tussenpersoon in een brief van 15 april 2008 aan de klant kenbaar gemaakt. In 2011 heeft een medewerker van de tussenpersoon een bezoek gebracht aan de klant.  

Op 8 juni 2010 heeft de zoon een ongeluk gekregen en daarbij zeer ernstig en blijvend hersenletsel opgelopen. De klant heeft een beroep gedaan op de verzekering. ASR heeft dekking verleend voor de door de zoon van de klant geleden schade. In 2020 heeft ASR de volledige verzekerde som van € 500.000,- uitgekeerd vermeerderd met de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.  

De klant stelt zich op het standpunt dat de tussenpersoon tekort is geschoten in de op hem rustende zorgplicht bij het overnemen van de verzekeringsportefeuille waar de polis van de klant onderdeel van was, waardoor de klant schade heeft geleden. De tussenpersoon had de klant tijdig op de hoogte moeten brengen van feiten die van belang zijn voor de dekking van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen.  

De tussenpersoon had in 2010, althans vóór 8 juni 2010, de datum waarop het ongeval van de zoon heeft plaatsgevonden, dus moeten constateren dat de verzekerde som van de verzekering niet meer gangbaar en gebruikelijk was. Hij had de klant toen moeten adviseren dit aan te passen. Door dit niet te doen heeft de tussenpersoon, volgens de klant zijn zorgplicht geschonden, waardoor hij heeft geleden. De klant vordert dat de tussenpersoon de schade, die hij begroot op meer dan € 400.000,-, aan hem vergoedt. Ook vordert de klant dat de tussenpersoon de kosten van de procedure betaalt.  

Als verweer geeft de tussenpersoon aan dat hij pas een jaar na de overname van de portefeuille inzicht had in de omvang van de portefeuille. Dit kwam omdat hij bij de overname uit het faillissement van de vorige assurantietussenpersoon alleen een klantbestand had ontvangen, maar geen onderliggende stukken. Die moesten allemaal afzonderlijk bij ASR opgevraagd worden. Vervolgens heeft de tussenpersoon een screening gemaakt op basis waarvan een overzicht is gemaakt welke klanten het eerst bezocht zouden worden. De verzekering van de klant is geen complex product en dus bestond er geen aanleiding hem direct te bezoeken. Voor verzekeringen van eenvoudige aard geldt een beperkte nazorgplicht.  

De tussenpersoon heeft de klant op 17 maart 2011 bezocht. Pas op dat moment werd voor de tussenpersoon duidelijk dat de zoon een ongeluk had gehad met ernstig letsel als gevolg. Over het verzekerde bedrag is toen niet gesproken, omdat daar op dat moment geen aanleiding voor was en de klant daar ook niet naar heeft gevraagd. In de periode 2012-2014 zijn de dekkingsmaxima voor dit type verzekering pas gaan stijgen. Een verzekerde som van € 500.000,- was in de periode 2008-2010 gebruikelijk. Er was in 2010 geen sprake van een minderwaardige polis. 

De beoordeling  

De commissie stelt voorop dat een tussenpersoon tegenover zijn opdrachtgever(s) verplicht is om bij zijn werkzaamheden de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend verzekeringstussenpersoon verwacht mag worden. Hieruit volgt dat van een assurantietussenpersoon mag worden verwacht dat hij beschikt over de nodige deskundigheid en vakkennis, dat hij de financiële belangen van zijn klanten naar beste weten en kunnen behartigt en dat hij zijn klant op zorgvuldige wijze adviseert. Hierbij hoort ook dat de tussenpersoon de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen van de hem bekend geworden feiten voor de dekking van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen. Neemt de adviseur niet de vereiste zorg in acht, dan is hij aansprakelijk voor de schade die de klant als gevolg daarvan lijdt.  

Uit de stukken in het dossier en dat wat partijen ter zitting naar voren hebben gebracht kan niet worden afgeleid dat er in de periode van 2008 tot aan het ongeluk een trend zichtbaar was bij verzekeraars om de dekkingsmaxima bij lopende aansprakelijkheidsverzekeringen te verhogen naar € 1.250.000,- of meer, omdat het oude dekkingsmaximum niet meer voldeed en het aantal claims dat bij verzekeraars werd ingediend met schadebedragen boven € 500.000,- zo opliep dat het dekkingsmaximum verhoogd moest worden. Dus als de tussenpersoon de verzekering in de periode voorafgaand aan het ongeval van de zoon al met de klant had moeten bespreken, had hij hem niet hoeven te adviseren het dekkingsmaximum te verhogen. Het verwijt van de klant is daarom niet terecht.  

Er is niet aannemelijk gemaakt dat de tussenpersoon in de periode januari 2008 - juni 2010 wist, of had moeten weten, dat het verzekerde bedrag van € 500.000,- ontoereikend was als zich een schadegebeurtenis zou voordoen en hij om die reden de klant had moeten adviseren het verzekerde bedrag te verhogen. De commissie is van oordeel dat de tussenpersoon zijn zorgplicht niet heeft geschonden. De vordering wordt afgewezen.

Wat kunt u doen? 

Wanneer u een portefeuille overneemt, gaat de zorgplicht van deze portefeuille op u over. Niet vanaf dag 1, maar volgens de regels van de redelijkheid en billijkheid. Het is daarom verstandig om een risicoanalyse uit te voeren op de overgenomen portefeuille. Beoordeel bij welke klanten het grootste zorgplichtrisico aanwezig is en richt u zorgplicht in op basis van de gesignaleerde risico’s en start met het onderhoud bij de klanten met het grootste risico. Een zorgvuldig due diligence onderzoek kan u helpen om de risico’s in kaart te brengen. 

Wat kan SVC voor u doen? 

Voor u een portefeuille overneemt is het belangrijk te (laten) beoordelen wat u precies overneemt en welke risico’s daarbij horen. SVC kan u ondersteunen in het due diligence traject. Wij beoordelen naast de eisen op basis van de Wft ook de zorgplichtrisico’s op basis van het Burgerlijk Wetboek. Aan de hand van onze rapportage weet u waar de risico’s in de portefeuille zitten en kunt u hiermee uw zorgplichtacties inplannen. Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen.




Op de hoogte blijven het laatste nieuws?
Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief!