Is de Autopilot de feitelijke bestuurder?

19 augustus 2019 om 16:00

Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een boete van € 230,- opgelegd vanwege “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”. De betrokkene stelt dat hij door het gebruik van de Autopilot niet als feitelijk bestuurder in de zin van artikel 61a van het RVV kan worden aangemerkt. Het hof zoekt voor de uitleg van het begrip ''bestuurder'' aansluiting bij eerder publiceerde arresten.

Het standpunt van de betrokkene

De betrokkene stelt zich op het standpunt dat hij niet als (feitelijk) bestuurder van het motorrijtuig kan worden aangemerkt. De Tesla (Model X) is voorzien van een Autopilot-systeem. De software in dit voertuig zorgt ervoor dat het voertuig zelf kan sturen en remmen, zonder dat ingrijpen van een persoon noodzakelijk is, zelfs in noodsituaties. De software die het voertuig bestuurt dient te worden aangemerkt als feitelijk bestuurder. De software zorgt immers ervoor dat het voertuig geheel autonoom kan remmen en sturen zonder ingrijpen van de betrokkene.

Gelet hierop dient dan ook te worden geoordeeld dat de betrokkene slechts lijfelijk in het voertuig aanwezig is en dat onder zijn toezicht een voertuig zichzelf bestuurt. Het rijden met de Autopilot zou overeenkomsten vertonen met de rol van de rijinstructeur. De rijinstructeur is volgens de wet niet feitelijk bestuurder en die mag dus wel een mobiele telefoon vasthouden. Het wringt dan ook dat de betrokkene geen mobiele telefoon in zijn handen mag houden, terwijl dit aanzienlijk veiliger is dan een bellende rijinstructeur.

Verder wordt nog opgemerkt dat de kantonrechter voorbij is gegaan aan de strekking van artikel 61a (oud) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990). Het gebruik van een mobiele telefoon in een zelfrijdend voertuig doet geen afbreuk aan de verkeersveiligheid. Er wordt verwezen naar een onderzoeksrapport van Tesla en naar een onderzoek van de Amerikaanse overheid waaruit (samengevat) blijkt dat door het automatisch sturen van zelfrijdende auto's van Tesla het aantal ongelukken significant is gedaald.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal is van mening dat de betrokkene, ook met een ingeschakelde Autopilot, de bestuurder was van het voertuig. Zijns inziens is er geen sprake van een dusdanige overeenkomst met de rijinstructeur dat geconcludeerd kan worden dat de betrokkene niet de feitelijk bestuurder was en doet het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden wel degelijk afbreuk aan de  verkeersveiligheid. In diverse wetsartikelen is al vastgelegd dat het verboden voor een bestuurder van een gemotoriseerd voertuig is om een mobiele telefoon vast te houden. Ook staat het begrip “bestuurder” duidelijk omschreven. Er wordt in deze zaak naar deze wetsartikelen verwezen.

Beoordeling van het hof

Ter discussie staat niet of de betrokkene een mobiele telefoon heeft vastgehouden, aangezien de betrokkene dit erkent, maar of de betrokkene ten tijde van de gedraging kon worden aangemerkt als bestuurder in de zin van artikel 61a (oud) van het RVV 1990. Ook staat in deze zaak niet ter discussie dat de Autopilot ten tijde van de gedraging stond ingeschakeld.

Het hof zoekt voor de uitleg van het begrip ''bestuurder'' aansluiting bij eerder gepubliceerde arresten. Hieruit volgt dat als bestuurder moet worden aangemerkt elke persoon die één of meer bedieningsorganen van een motorrijtuig hanteert en door middel daarvan de voortbeweging of rijrichting van het motorrijtuig beïnvloedt. Het inschakelen en ingeschakeld houden van de Autopilot - die immers rechtstreeks de bedieningsorganen beïnvloedt - brengt mee dat op die wijze of met behulp daarvan de bedieningsorganen worden gehanteerd waardoor de voortbeweging en rijrichting van het motorvoertuig worden beïnvloed. Het gebruikmaken van een dergelijk systeem betekent dat de betrokkene als feitelijk bestuurder dient te worden aangemerkt.

De beslissing

Het hof stelt voorop dat artikel 61a (oud) van het RVV 1990 een absoluut verbod betreft. Het is dus niet aan de individuele bestuurder om afhankelijk van de mate waarin hij gebruikmaakt van de Autopilot of een soortgelijk systeem om te bepalen of hij zich zodanig veilig gedraagt dat hij zelf kan bepalen om van dat verbod af te wijken.

Gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen, is terecht een sanctie opgelegd en is van feiten of omstandigheden die het achterwege laten van de sanctie of matiging van het bedrag van de sanctie rechtvaardigen, niet gebleken. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook worden bevestigd.

Wat maakt deze uitspraak zo interessant?

Door de ontwikkeling van nieuwe producten, zoals bijvoorbeeld 3D printers, drones en zelfsturende auto's is het van belang dat er wordt nagedacht over de gevolgen bij het gebruik hiervan. Hoe zit het met aansprakelijkheid en het verzekeren hiervan? Ook is het belangrijk dat er door middel van jurisprudentie duidelijkheid wordt verschaft. Met deze uitspraak is nu vastgesteld dat, ondanks dat een auto door ingeschakelde software zelf kan sturen en remmen, degene die achter het stuur zit de feitelijke bestuurder is en zich ook als zodanig hoort te gedragen.




Op de hoogte blijven het laatste nieuws?
Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief!